Zeebaars zwerver
Home Voorstellen Vangstberichten Verhalen Foto albums

Kennis van kabeljauw

Kabeljauw is een koudwatersoort die een voorkeur heeft voor water rond de 10 graden Celsius. Het is in de Noordzee een algemeen voorkomende vis. Ze leven tot een diepte van 600 meter maar gewoonlijk worden ze aangetroffen op een diepte van 150 tot 200 meter. Kabeljauw kan een lengte van 1,6 meter bereiken en 40 kilogram wegen. Ze jagen op andere vis, kreeftachtigen, inktvissen, wormen. Ze vormen scholen in ondiep water en maken beperkte tochten voor het zoeken van voedsel en de voortplanting. De kabeljauw in de Noordzee is ernstig overbevist. Kabeljauw is makkelijk te onderscheiden van andere kabeljauwachtigen door de enkele 'baardhaar' (of kindraad) op de onderkaak en door de licht gekleurde lijn op de zijde. De kleuren van kabeljauw variëren van plaats tot plaats. In 1895 ving men voor de Noord-Amerikaanse kust de grootste kabeljauw die ooit gevangen werd: hij woog 95 kilomgram en was 1,8 meter lang. Door overbevissing is tegenwoordig het gemiddelde gewicht van een opgeviste kabeljauw 1 kilogram, de grotere exemplaren zijn zelden zwaarder dan 7 kilogram.

Voortplanting en groei


Vrouwelijke kabeljauwen kunnen 500 eitjes per gram lichaamsgewicht leggen. Voor een vis van 10 kilogram betekent dit 5 miljoen eitjes. Kabeljauwen paaien in de wintermaanden. De 1,5 millimeter grote en doorzichtige eitjes stijgen naar de bovenste waterlagen waar ze, afhankelijk van de temperatuur, uitkomen na 10 tot 30 dagen. Zeer jonge kabeljauw voedt zich met roeipootkreeftjes. Als de jongen een lengte bereiken van 7 centimeter (binnen 3 - 5 maanden) verplaatsen ze zich naar de waterlaag net boven de zeebodem. Deze verandering van leefomgeving levert ook een verandering in eetgewoonte op. Ze eten vanaf nu bodembewoners (vooral garnalen en krabben. Volwassen dieren voeden zich voornamelijk met andere vis (haring, zandspiering, platvis, kabeljauwachtigen en haringachtigen. Gedurende de winter en het paaien eten ze erg weinig. Eerste- en tweedejaars kabeljauwen uit het zuidoosten van de Noordzee verzamelen zich gedurende de winter in het ondiepe kustwater en de Waddenzee. In de zomer verspreiden ze zich over de diepere gedeelten van de Noordzee. Jonge kabeljauwen kunnen namelijk beter tegen hogere temperaturen dan volwassen dieren en profiteren zo van de voedselrijkdom van de ondiepere wateren. <

Kabeljauw als consumptievis


Kabeljauw stond in 1994 op de dertiende plaats in de lijst van 's werelds meest gevangen vissoorten, maar heeft in de jaren daarvoor hoger gestaan. In 1990 ving men wereldwijd nog 1,5 miljoen ton kabeljauw; in 1992 en 1994 was dit gedaald tot ongeveer 1,2 miljoen ton. In Noorwegen worden jaarlijks enkele duizenden tonnen kabeljauw voor de consumptie gekweekt. De kweek van kabeljauw zal in de toekomst groter worden, omdat er nu een speciaal voer is ontwikkeld voor jonge larven tot 40 dagen oud, dat uit garnalen en algen bestaat. In tegenstelling tot droogvoer wat vroeger werd gebruikt eten de jonge vissen dit wel. In de Scandinavische landen wordt kabeljauw vaak gedroogd (stokvis) of gedroogd én gezouten (klipvis of rotsvis) verkocht. Ook in Portugal is "bakeljauw" (gezouten en gedroogde kabeljauw) geliefd. Levertraan is olie uit de lever van kabeljauw of. Kabeljauw-afval wordt wel verwerkt tot vismeel. Omdat het zo slecht gaat met de kabeljauw, besloten eind 2004 vier vooraanstaande restaurants in de provincie Utrecht om geen kabeljauw meer op het menu te zetten. Ze proberen op deze manier de klant duidelijk te maken "dat de keus in de toekomst nog veel beperkter kan uitvallen als er niets gedaan wordt aan het 'leegvissen' van de zee.

Verspreiding van de kabeljauw


Het verspreidingsgebied van kabeljauw beslaat de Noordelijke IJszee, het noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Oostzee en de Noordzee. De verspreiding van kabeljauw in de Noordzee is verdeeld in gebieden naar leeftijd. Langs de Nederlandse kust, in de Duitse Bocht en ten oosten van noordoost Engeland komt vooral kabeljauw voor met een leeftijd van 1 jaar. Kabeljauw van 2 jaar zwemt daar ook rond, maar trekt ook verder de noordelijke Noordzee op. Vissen van 3 jaar en ouder zijn vrijwel alleen te vinden in het noorden van de Noordzee. De laatste jaren is door intensieve bevissing steeds ongeveer de helft van de totale kabeljauwpopulatie weggevist, met als gevolg dat de leeftijdsopbouw van de kabeljauwpopulatie volledig uit balans is geraakt. Van de doodsoorzaken bij kabeljauw staat de visserij op de eerste plaats met 90%. Tegenwoordig wordt een Noordzee-kabeljauw niet ouder dan 5 jaar. Een groot deel haalt de twee jaar niet eens, terwijl de kabeljauwen vroeger in de Noordzee wel 25 jaar en 40 kilo konden worden. Nu worden ze zelden zwaarder dan 1 kilo. Kabeljauwen zijn pas na een paar jaar geslachtsrijp, dus deze ontwikkeling brengt de voortplanting van de kabeljauw en daarmee de soort in gevaar. Vanaf 1900 tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw bleef de totale aanvoer van kabeljauw uit de Noordzee tamelijk stabiel rond de 100.000 ton. De visserijsterfte onder de kabeljauw neemt sinds 1963 toe. In 1972 werd een piek bereikt van 340.000 ton. Sinds 1981 (aanvoer 300.000 ton) is de aanvoer gestaag afgenomen tot ongeveer 30.000 ton in 2005.

Het Noordzee-kabeljauwbestand bevindt zich ver beneden het veilig biologisch minimum. Ook is het bestand opgebouwd uit een aantal slechte (= qua omvang kleine)

. De laatste sterke jaarklasse werd geboren in 1985. De paaistand begin 1993 was al zorgwekkend klein: ongeveer 60.000 ton. Om weer voor redelijk sterke jaarklassen te zorgen, is minstens 150.000 ton volwassen kabeljauw nodig. Tussen 1993 en 1996 leek de stand zich te herstellen, maar vanaf 1997 zette een sterk dalende trend in. In 2002 was de paaistand in de Noordzee nog maar 30.000 ton, een historisch dieptepunt. Net als in voorgaande jaren mag er in 2007 opnieuw minder gevist worden. Een totale sluiting van de kabeljauwvisserij in de Noordzee zit er nog niet in. Tevens wil de Europese Commissie visgronden afsluiten om de ernstig bedreigde kabeljauw te redden. Vissers mogen als compensatie dan wel meer haring en blauwe wijting vangen.

In de periode 1994-1996 is de kabeljauwstand toegenomen van ongeveer 60 tot 100.000 ton. Dit was nog steeds beneden het veilig biologisch minimum van 150.000 ton. Als gevolg van de vrij zwakke jaarklassen die in die periode volwassen werden en de aanhoudende hoge visserijdruk daalde het paaibestand daarna verder tot het huidige gemiddelde van ongeveer 50.000 ton. Begin 2008 bleek ook de nieuwe jaarklasse weer zwak te zijn.

Is stoppen met visserij de redding voor de kabeljauw?


De kans is aanwezig dat de kabeljauwstand zich helemaal niet meer kan herstellen. Door de sterke verkleining van de populatie verandert het ecologisch evenwicht in de zee, waardoor er te weinig geschikt voedsel overblijft om later weer de populatie-omvang te laten toenemen. Zelfs als de kabeljauwvangst volledig stopgezet wordt, kan het aantal nog af blijven nemen. Onderzoeksgegevens uit Canada tonen aan deze onomkeerbare instorting van de populatie plaatsvind bij vissoorten die zich bij lagere dichtheden minder goed voortplanten. Dit wordt het Allee-effect genoemd.

In Canada is dit effect als volgt te zien. Kabeljauwen voor de Canadese kust leven voornamelijk van één soort vis, de lodde. De kabeljauw eet vooral de kleine exemplaren van deze vis. Als er minder kabeljauw jaagt op deze kleine loddes, krijgen deze de kans om verder te groeien. Zo komen er na verloop van tijd meer middelgrote loddes (die meer eten!) en is er minder voedsel voor de lodde beschikbaar. De lodde als soort reageert daarop door minder kuit te schieten, waardoor er weer minder kleine loddes voor de kabeljauw beschikbaar zijn. Bij de Canadese kust is de voedselsituatie voor de kabeljauw daardoor ingrijpend veranderd bij gebrek aan kleine loddes. Het ecologisch systeem blijkt daar twee stabiele toestanden te hebben: één met veel kabeljauw en veel lodde en één met weinig exemplaren van deze soorten. Als gevolg van de overbevissing zou het ecosysteem van de ene in de andere toestand zijn gekomen en is er geen (natuurlijke) weg terugHet is de vraag of deze ontwikkeling ook op de Noordzee en de Britse kustwateren van toepassing is. Ten eerste komt de lodde als voedselbron voor de kabeljauw niet voor in de Noordzee. Ten tweede is de Noordzee-kabeljauw niet van één prooisoort afhankelijk en kan zich daarom misschien met ander voedsel redden als het ecosysteem verandert. Verder zijn ecosystemen met twee evenwichtsituaties voor biologen een vrij nieuw onderzoeksterrein. Er is nog maar weinig over bekend en het zou bijvoorbeeld best kunnen zijn dat een factor als klimaatverandering ook van invloed is op de lange termijn fluctuaties van de visstand.

Kabeljauw eerder geslachtsrijp


Door de visserij is de kabeljauw op steeds jongere leeftijd geslachtsrijp, net als de schol. Door de hoge visserijdruk, waarbij vooral de grote geslachtsrijpe vissen worden gevangen, blijft kleine kabeljauw over. Kleine (jonge) vissen die zich al kunnen voortplanten zijn in het voordeel omdat ze niet gevangen worden. Door dit selectieproces is in de afgelopen jaren de geslachtsrijpe leeftijd van kabeljauw van 7 jaar naar 4 jaar gedaald

Bron: De vleet Credits: Creative commons... . . .logo